De ochtendmaaltijd. De meeste mensen eten brood, yoghurt of cereals. | | |
Een typisch Nederlands gerecht. Gemaakt met een beslag van meel, melk en eieren. Typisch met spek, kaas of appels en rozijnen. | | |
De grootste en belangrijkste maaltijd van de dag. De enige warme maaltijd. | | |
Een kleine pauze tussen het ontbijt en de lunch. | | |
Een typisch Nederlands gerecht. Een mix van aardappelen en groente. | | |
Een Indonesisch rijstgerecht dat veel gegeten wordt in Nederland. | | |
Een typisch Nederlandse avondmaaltijd, bestaande uit aardappelen, groente en vlees. | | |
Het middagmaal. De meeste mensen eten brood. | | |
Een alcoholisch drankje aan het eind van de middag, voor het avondeten. Vaak met chips of een ander zoutje. | | |
Een kleine pauze tussen de lunch en het avondeten. | | |