3. Woordenschat

Kies bij elke beschrijving het juiste woord.
De ochtendmaaltijd.
De meeste mensen eten brood, yoghurt of cereals.

Een typisch Nederlands gerecht.
Gemaakt met een beslag van meel, melk en eieren.
Typisch met spek, kaas of appels en rozijnen.

De grootste en belangrijkste maaltijd van de dag.
De enige warme maaltijd.

Een kleine pauze tussen het ontbijt en de lunch.

Een typisch Nederlands gerecht.
Een mix van aardappelen en groente.

Een Indonesisch rijstgerecht dat veel gegeten wordt
in Nederland.

Een typisch Nederlandse avondmaaltijd,
bestaande uit aardappelen, groente en vlees.

Het middagmaal.
De meeste mensen eten brood.

Een alcoholisch drankje aan het eind van de middag,
voor het avondeten. Vaak met chips of een ander zoutje.

Een kleine pauze tussen de lunch en het avondeten.