- Estudiar neerlandés (holandés y flamenco) en Portugal y España
- Aprender neerlandés en Internet
- Las instituciones
- Sobre la lengua neerlandesa
- Enlaces
- Bibliografía selecta del Neerlandés comentada
- Ejercicios on line según nivel
- Lista de vocabulario básico
- 01. Bij de groenteboer: en la verdulería
- 02. Bij de dokter: ir la médico
- 03. Op de boerderij: en la granja
- 04. Het weer: el tiempo
- 05. In de dierentuin: en el zoo
- 06. In het restaurant: en el restaurante
- 07. Bij de kruidenier: en la tienda de comestibles
- 08. In de kledingwinkel: en la tienda de ropa
- 09. In de stad: en la ciudad
- 10. Op het politiebureau: en la comisaría
- 11. Het verkeer: el tránsito
- 12. Thuis: en casa
- Sobre esta página web
- Preguntas más frecuentes
10. Op het politiebureau: en la comisaría
10. Op het politiebureau en la comisaría
de aanranding (-en) la agresión sexual
de aanrijding (-en) el atropello, el choque
de aanslag (-en) el atentado
aanvallen atacar
de achtervolging (-en) la persecución
het adres (-sen) la dirección
de advocaat (advocaten) el abogado
afpersen extorsionar
de agent (-en) el polícia
het alarm el alarme
de acohol el alcohol
arresteren detener
de bandiet (-en) el bandido
bang zijn tener miedo
het bankbiljet (-ten) el bilete (de dinero)
de bedelaar (-s) el mendigo
het bedrag (-en) el importe
bedriegen engañar
beledigen insultar
beschermen proteger
beschieten atirar
beschrijven describir
beschuldigen acusar
bestelen robar
bestraffen castigar
de bestuurder (-s) el conductor
de betoging (-en) la manifestación
het bevel (-en) el orden
bewaken vigilar
het bewijs (bewijzen) la prueba
de boete (-s) la multa
de bom (-men) la bomba
de bomaanslag (bomaanslagen) el atentado de bomba
de brand (-en) el incendio
de buitenlander (-s) el estranjero
de controle (-s) el control
de dader (-s) el cuplable
de dief (dieven) el ladron
de diefstal (-en) el robo
doodschieten matar a tiros
dreigen 'amenazar
dronken borracho
gehoorzamen obedecer
het geld el dinero
de getuige el testigo
gevaarlijk perigrosso
het gevecht (-en) la lucha
het geweer (geweren) el fusil
het geweld la violencia
het gezag las autoridades
de gijzelaar (-s) el secuestrado
de handboeien las esposas
de handlanger (-s) el cúmplice
de handtas (-sen) la bolsa
de helm (-en) el casco
helpen ayudar
de identiteitskaart (-en) la tarjeta de identidad
de inbraak (inbraken) el robo
de inbreker (-s) el ladrón
de klacht (-en) la queja
de kogel (-s) la bala
het lawaai el ruido
de leugen (-s) la mentira
liegen mentir
het lijk (-en) el cadáver
het losgeld el rescate
het mes (-sen) el cuchillo
minderjarig menor de edad
de misdaad (misdaden) el crimen
de moord (-en) el asesinato
de moordenaar (-s) el asesino
omkopen cohechar
de omkoping el cohecho
(on)eerlijk (des)honesto
het ongeluk (-ken) el accidente
het ongeval (-len) el accidente
(on)gewapend (des)armado
onschuldig inocente
(on)wettig (i)legal
(on)zedig (in)decente
overrijden atropellar
de overval (-len) el asalto
de pedofiel (-en) el pedófilo
de politiecommissaris (-sen) el comisario de polícia
het proces-verbaal (proces-verbalen) el atestado
remmen frenar
de revolver (-s) el revólver
de ruzie (-s) la discución
de schade el daño
het schot (-en) el tiro
de schuld la culpa
schuldig culpado
smokkelen contrabandear
de staking (-en) la huelga
de straf (-fen) la pena
vechten luchar
het verbod (-en) la prohibición
het verkeer el transito
de verkrachter (-s) el violador
de verkrachting (-en) la violación
het verzet la resistencia
zich verzetten resistir
de volwassene (-n) el adulto
het wapen (-s) la arma
de wet (-ten) la ley
het zakmes (-sen) a navaja

Esta página web está financiada por la